Emotie boven ratio? Hoe burgers omgaan met de complexiteit van de coronacrisis

Het is zondagmiddag. Het Museumplein in Amsterdam stroomt vol. Mensen komen massaal ‘koffiedrinken’. Een kleurrijke en diverse menigte. “Hier spreekt de burger!” klinkt het. Er wordt geprotesteerd tegen de coronamaatregelen, tegen vaccineren en zelfs tegen het erkennen van de nieuwe realiteit waar we nu al meer dan een jaar in leven. Corona beheerst de samenleving. Of, nouja, in hoeverre kunnen we eigenlijk nog spreken van een samenleving? De maatschappij lijkt sterker verdeeld dan ooit tevoren en het publieke debat verhardt. Niet alleen als het gaat over corona, maar bijvoorbeeld ook over klimaat, getuige de discussies over de stikstofcrisis. Is de ander werkelijk zo weerbarstig? Staan we lijnrecht tegenover elkaar?


Hier is een belangrijke rol weggelegd voor wetenschapscommunicatoren. Zij kunnen het maatschappelijke gesprek inhoudelijk versterken en bijdragen aan onderling vertrouwen tussen burgers en tussen de samenleving en wetenschap. In de afgelopen decennia is het belang van de dialoog tussen wetenschap en samenleving in toenemende mate onderstreept, maar als we daadwerkelijk met elkaar willen praten, dan is het cruciaal dat wetenschapscommunicatoren de perspectieven van de samenleving goed begrijpen. Daarom werpen wij in dit artikel – aan de hand van de COVID-19-pandemie – een licht op de verschillende dynamische mechanismen aan de hand waarvan burgers ‘sense’ maken van vraagstukken op het snijvlak van maatschappij en wetenschap. We hopen dat beter begrip van deze processen kan helpen om gerichtere communicatiestrategieën te formuleren, met als overkoepelende doel: een beter publiek gesprek over wetenschap.


De coronacrisis

De wereld wordt momenteel geteisterd door de COVID-19-crisis. Het bezweren van de pandemie is evident een enorme uitdaging voor overheden, zorgpersoneel en wetenschappers, maar ondertussen wordt de samenleving ook voor talloze uitdagingen gesteld. Burgers moeten niet alleen omgaan met de risico’s van de pandemie, maar worden

ook overspoeld met verschillende – soms tegenstrijdige – informatie en meningen over de pandemie en de maatregelen die in respons worden genomen. Deze situatie roept ingewikkelde vragen bij hen op: hoe bepaal ik of informatie waar, gebrekkig of gewoonweg onwaar is? Welke partijen kan ik daarin vertrouwen? Zijn maatregelen effectief, proportioneel en legitiem? De voortdurende complexiteit en onzekerheid zorgt ervoor dat het voor burgers – de auteurs van dit stuk incluis – uiterst ingewikkeld is om de crisis te kunnen vatten.


De coronacrisis illustreert de onderlinge afhankelijkheid van samenleving, politiek en wetenschap en het belang van constructieve onderlinge relaties om complexe maatschappelijke uitdagingen aan te kunnen pakken. Daarmee biedt de pandemie een belangrijke kans om te leren hoe we deze relaties kunnen verbeteren. In het kader van het EU-project RETHINK onderzochten wij hoe Europese burgers ‘sense’ maken van de coronacrisis. De uitkomsten van dat onderzoek worden in dit artikel samengevat. Het primaire doel hiervan is niet te adviseren over hoe gecommuniceerd zou moeten worden over de coronacrisis, maar om te leren over maatschappelijke controverses over maatschappelijk-wetenschappelijke thema’s om effectievere wetenschapscommunicatie mogelijk te maken.

Burgers worden overspoeld met verschillende – soms tegenstrijdige – informatie en meningen

Sensemaking

Tijdens de eerste golf van de pandemie hielden we 81 diepte-interviews met burgers uit acht Europese landen: Duitsland, Italië, Nederland, Polen, Portugal, Servië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Voor de uitvoering van de interviews en de analyse van de resultaten gebruikten we de zogenaamde ‘sensemaking methodology’ die door Brenda Dervin is ontwikkeld. De centrale aanname in deze methodologie is dat informatie nooit compleet is. Dit impliceert dat mensen continu om moeten gaan met de diversiteit, complexiteit en onvolledigheid van informatie. Om Dervin zelf te parafraseren: "we moeten door de onzekere en complexe realiteit heen zien te modderen".

We merken op dat ‘sensemaking’ lastig te vertalen is. ‘Begripsvorming’, ‘betekenisvorming’ of ‘duiding’ hebben er zeker mee te maken, maar dekken de lading niet helemaal. Informeel spreken we graag van ‘chocola maken’, maar in dit artikel gebruiken we toch maar de Engelstalige term ‘sensemaking’.


In de interviews probeerden we te begrijpen hoe mensen sense maakten van zogenaamde ‘micro-momenten’, specifieke momenten waarop deelnemers tegen vragen en onzekerheden aanliepen rondom de pandemie. Je hebt ze vast zelf meegemaakt. Misschien is het volgende scenario herkenbaar: de pandemie was nog maar net begonnen en je komt op straat een goede bekende tegen, die je een knuffel wil geven. Wat doe je? In een split second weeg je – al dan niet bewust – allerlei factoren tegen elkaar af om te bepalen of dit nu wel of niet verstandig is. Door dit soort momenten uit te pluizen, kregen we inzicht in de mechanismen die burgers bewust en onbewust gebruiken om door de complexe realiteit van de pandemie te navigeren. De sensemakingmethodologie biedt goede handvatten om deze mechanismen beter te begrijpen.

Lange Frans wordt door de ene persoon bij voorbaat serieus genomen, terwijl een toespraak van Jaap van Dissel juist gewantrouwd wordt, en vice versa

Een belangrijk idee in de methodologie is dat, wanneer mensen geconfronteerd worden met een complexe, ambigue kwestie over wetenschap (een micro-moment), zij voor een informatiekloof komen te staan. Op deze momenten vindt vervolgens sensemaking plaats, door bijvoorbeeld informatie en kennis te gebruiken of juist af te wijzen. Om sense te maken kunnen individuen – bewust en onbewust – bepaalde bronnen aanwenden, zoals informatiebronnen maar ook hun persoonlijke situatie, ervaringen en ook hun gevoelens. Relevantie van de verschillende bronnen speelt hier belangrijke rol. Dit houdt in dat individuen een waardeoordeel geven aan bronnen, en die daarom juist wel of niet gebruiken. Een YouTubeclip van Lange Frans over COVID-19 wordt door de ene persoon bij voorbaat serieus genomen, terwijl een toespraak van Jaap van Dissel juist gewantrouwd wordt en vice versa. Waar komt dit verschil vandaan? Deze bronnen en diens relevantie worden vervolgens gebruikt om over de informatiekloof te overbruggen. Wanneer de brug is gebouwd leidt dit tot een (voorlopige) uitkomst waarin kortstondig begrip van de specifieke kwestie is gemaakt. Hieronder vind je een schematische weergave van het model.



Wat hebben we gevonden?

We laten de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek zien aan de hand van bovenstaand model. We beginnen bij de informatiekloof zelf, nog vóór het ontstaan ervan. Wat voor soort informatiekloof iemand waarneemt, is namelijk sterk afhankelijk van de persoonlijke situatie. Daarna kijken we dieper naar de inhoud van die verschillende soorten informatiekloven en bespreken we waar deze vandaan komen. Vervolgens komen we bij het bouwen van de brug. Op welke manieren worden informatiekloven overbrugd? Welke informatiebronnen worden daarvoor gebruikt en hoe wordt de relevantie van die bronnen bepaald? Ten slotte lopen we via de brug over de informatiekloof heen. Daar bevindt zich de uitkomst van het sensemakingproces. Ten slotte kijken we terug en reflecteren we op het proces. Hoe wordt het sensemakingproces rondom COVID-19 ervaren? Verder hebben we intermezzi toegevoegd waarin we de sensemakingprocessen van drie geïnterviewden uitlichten.


De persoonlijke situatie: een beslissende factor

Iemands persoonlijke situatie is een van de meest belangrijke factoren in de sensemakingprocessen die wij hebben onderzocht. Het speelt een cruciale rol in het soort informatiekloof dat de geïnterviewden waarnemen, in de bruggen die ze bouwen en tot welke uitkomst zij komen. Voor de wetenschapscommunicatie is het een ontnuchterende bevinding dat de elementen die de persoonlijke situatie vormgeven vaak zwaarder wegen dan informatie en inzichten gepresenteerd door wetenschapscommunicatoren.

Wanneer we kijken naar de thema’s die ter sprake kwamen is, ten eerste, de nabijheid van COVID-19 een belangrijke factor. Het feit dat participanten zelf COVID-19 opliepen, of getuigen waren van anderen die ziek werden in hun nabije omgeving, was van fundamenteel belang voor hoe zij de pandemie begrepen. Denk bijvoorbeeld aan de Italiaanse deelnemers die de legertrucks met lijken van hun landgenoten door de straten zagen rijden. Ten tweede, was de inschatting van de kwetsbaarheid van de participanten, en diens geliefden, voor het coronavirus van groot belang. Zo waren er veel zorgen over reeds bestaande gezondheidsproblemen. Daarnaast speelde het beroep en de ‘bildungsweg’ (iemands ontwikkelpad, waaronder opleiding en ervaringen) een grote rol. Deelnemers die ervaring hadden in de gezondheidszorg (of wanneer iemand uit hun kenniskring hierin werkzaam was), namen de pandemie vanaf het begin erg serieus. Zij waren ook sneller geneigd adviezen voor voorzorgsmaatregelen op te volgen. Dit kwam ofwel door hun eigen ervaringen met COVID-19-patiënten, of door hun eigen perspectief en respect voor gezondheidszorgmedewerkers. Als we naar andere voorbeelden kijken blijven dit soort verbanden tussen de persoonlijke situatie en sensemakingprocessen naar voren komen. Bijvoorbeeld, een medewerker van een overheidsinstantie, vergelijkbaar met het UWV, maakte zich vooral zorgen over de mogelijke grote werkloosheid ten gevolge van de maatregelen. Gezien zijn beroep, is het niet vreemd dat hij sterk aanslaat op deze thematiek.


Informatiekloven: feitelijke onzekerheid en morele ambiguïteit

Geïnterviewden benoemden twee verschillende soorten informatiekloven, rondom feitelijke onzekerheden en morele ambiguïteit. Beginnende bij de onzekerheden benoemden participanten talrijke vragen over de aard, oorsprong en eigenschappen van het virus. Hoe wordt het overgedragen? Hoe schadelijk is het? Waar komt het vandaan en welke impact zal het uiteindelijk hebben? Sommigen vroegen zich af of het virus door de mens was gemaakt en als dit het geval was, met welke intentie het virus was gemaakt. Onzekerheden werden ook uitgesproken over de maatregelen, zowel op een persoonlijk als op een beleidsniveau: wat voor maatregelen bieden bijvoorbeeld daadwerkelijk effectieve bescherming? De onzekere effectiviteit van mondkapjes was een belangrijk terugkerend voorbeeld hiervan.


Naast onzekerheden liepen deelnemers vaak tegen fundamentele morele ambiguïteit aan: de pandemie roept lastige ethische vragen op. Deze vragen stonden vaak in verband met de twijfels en zorgen over passende maatregelen, met name van de overheid. Veel participanten uitten bezorgdheid over de proportionaliteit van de maatregelen in relatie tot de negatieve effecten op de maatschappij en potentiele economische schade. Hierbij uitten verschillende geïnterviewden, in meer of mindere mate, hun twijfels en vragen bij de legitimiteit van de maatregelen: in hoeverre zijn de overheidsmaatregelen gerechtvaardigd? En in welke mate is inperking van de vrijheid van burgers gerechtvaardigd? Sommigen maakten zich serieuze zorgen over of de maatregelen misbruikt werden door de overheid om meer macht en meer controle te krijgen over burgers.

Intermezzo: De sceptische student


De oorsprong van informatiekloven: overweldigende hoeveelheid en continu veranderende informatie en tegenstrijdigheden

De hoeveelheid, veranderlijkheid en tegenstrijdigheid vant informatie en beleid spelen een belangrijke rol in het ontstaan van informatiekloven. Door de onzekerheid rondom de pandemie worden burgers voortdurend blootgesteld aan een overweldigende hoeveelheid van informatie, inzichten en perspectieven. In tegenstelling tot de verwachting dat dit duidelijkheid schept, blijken hierdoor juist vaak nieuwe vragen te ontstaan. Alle goede bedoelingen van wetenschapscommunicatoren om duidelijkheid te verschaffen ten spijt, kunnen nieuwe perspectieven en duidingen juist onzekerheid creëren. Verder gaven veel deelnemers aan dat tegenstrijdige informatie één van de belangrijkste bronnen van frustratie was, die belemmerden om de situatie te kunnen begrijpen. Een sprekend voorbeeld hiervan zijn de mondkapjes, waarover eerst werd gesteld dat ze schijnveiligheid boden en plotseling verplicht waren. In deze context uitten sommige participanten boosheid naar de wetenschap omdat deze niet in staat leek om zekerheid te bieden. De boosheid nam verder toe wanneer beleidsveranderingen doorgevoerd werden op basis van onzekere wetenschappelijke bevindingen. Vooral als het gevoel heerste dat deze onzekerheid gemaskeerd werd door de overheid. Dit sterkt ons in het idee dat transparantie en openheid over onzekerheden uiteindelijk het meest vruchtbaar is voor een constructieve relatie tussen wetenschap en samenleving.

Nieuwe perspectieven en duidingen kunnen leiden tot onzekerheid en nieuwe vragen, en bieden daardoor geen houvast

Participanten liepen ook vaak tegen een informatiekloof aan door interactie met anderen. Dit omvatte zowel direct persoonlijk contact, als observaties van het gedrag en de keuzes van anderen. Zulke interacties brachten vaak een kloof naar boven over welke mate van voorzichtig gedrag gerechtvaardigd is. Sommigen vonden een knuffel geven geen probleem, terwijl anderen dit erg onverantwoordelijk vonden en mogelijk gevaarlijk. Indirect kwamen dezelfde ‘kloven’ op wanneer participanten andere mensen observeerden in publieke ruimtes en zagen dat zij zich niet aan de 1,5-meterregel hielden, of geen mondkapje droegen. Dergelijke interacties met anderen brachten vaak onbedoeld de sensemakingprocessen van burgers zelf aan het licht en zorgden er ook vaak voor dat burgers hun eigen sensemaking in twijfel trokken. Als andere mensen het anders doen dan ik, ben ik dan wel goed bezig?


Manieren om informatiekloven te overbruggen

Wanneer we kijken naar de verschillende bruggen die participanten maakten om informatiekloven te overkomen, viel ten eerste op dat participanten allemaal bij voorbaat

sterke overtuigingen hadden over instituties, verschillende wereldbeelden over de maatschappij, overheid, experts en de media. Twee extremen vielen hierbij op; aan de ene kant van het spectrum was er een groep die de dit soort instituties vertrouwt en daarom ook geneigd is om het advies en beleid van de overheid te volgen en te vertrouwen. Aan de andere kant van het spectrum was er een groep die sceptisch was ten opzichte van de overheid, experts en de media. Deze groep geloofde veelal dat de pandemie en de maatregelen misbruikt werden door de overheid om meer macht en controle over het publiek te krijgen. Experts en de media werden hierin gezien als een pion in een groter spel.


Daarnaast maakten veel deelnemers gebruik van informatie om bruggen te bouwen. Deze informatie kwam vaak ‘passief’ tot de participanten, bijvoorbeeld via de televisie of sociale media. Tegen deze achtergrond, is de mogelijke rol van algoritmebubbels relevant. In sommige gevallen zochten deelnemers actief naar informatie in relatie tot de informatiekloof waarmee zij werden geconfronteerd. Directe verwijzingen naar toegewijde wetenschapscommunicatiekanalen werden zelden genoemd.


Ten slotte, speelden gevoelens een belangrijke rol in het bouwen van bruggen. Burgers ervaren een grote diversiteit aan – meestal negatieve – emoties in relatie tot de pandemie, zoals angst, woede en frustratie. Deze emoties speelden een belangrijke rol in het bereiken van bepaalde sensemakinguitkomsten. Angst (in het bijzonder ten opzichte van de gezondheid van dierbaren) zorgde er bijvoorbeeld voor dat mensen extra voorzichtig waren en woede uitte zich in opvattingen over hoe de autoriteiten met de pandemie omgingen. In sommige gevallen benoemde participanten expliciet positieve emoties, zoals gevoelens van troost of veerkracht, welke een belangrijke rol speelden in grip krijgen op de situatie.


Intermezzo: De bezorgde moeder


Relevantie: vertrouwen & perspectieven van vrienden en familie

Zoals we hierboven bespraken, hanteren de deelnemers verschillende manieren door de complexiteit en onzekerheid van de pandemie heen te navigeren. Waarom vinden we de ene bron wel en de andere juist niet relevant? Wanneer we naar informatiebronnen en diens relevantie kijken, zien we ten eerste dat een groot aantal participanten a priori vertrouwen hadden in instituties die een belangrijke rol spelen in de pandemie. Terwijl anderen zulke instituties bij voorbaat wantrouwden. Dit beïnvloedde hun beoordeling over de betrouwbaarheid van informatie van deze organisaties en hun acties. Wanneer we kijken naar vragen over de legitimiteit van overheidsmaatregelen, was het opvallend dat participanten die sowieso al wantrouwend waren ten opzichte van de overheid ook een somber oordeel hadden over de intenties van de overheid rondom de pandemie.


Daarnaast spelen de perspectieven en ervaringen van familie en vrienden een cruciale rol in de individuele sensemakingprocessen. Veel participanten hechtten waarde aan de ideeën, behoeften en ervaringen van mensen die dichtbij hen staan; vaak refereerden zij expliciet aan hun vrienden en familie, bijvoorbeeld als zij werkzaam waren in de gezondheidszorg, terwijl wetenschapscommunicatiekanalen zelden expliciet werden genoemd.


Uitkomsten: meningen, gedrag & beslissingen

Als burgers tegen een informatiekloof aanlopen proberen zij dus een brug te bouwen om een (voorlopige) uitkomst te vinden. Deze uitkomsten van de sensemakingprocessen kunnen we onderscheiden in twee categorieën: de formulering en bestendiging van bepaalde visies en meningen in relatie tot een bepaalde informatiekloof en bepaalde acties en beslissingen. De burgers die wij hebben geïnterviewd liepen tegen fundamentele feitelijke onzekerheden aan met betrekking tot de pandemie. Over het algemeen hadden de deelnemers een beeld en begrip van de COVID-19-symptomen en hoe het virus zich verspreidde. Participanten erkenden het gevaar van het coronavirus een realiseerden zich dat de pandemie een grote impact heeft op de maatschappij. Het merendeel nam de crisis daarom erg serieus en concludeerde dat een respons van de overheid noodzakelijk was. Tegelijkertijd concludeerden ze ook dat de maatregelen waarschijnlijk negatieve effecten hebben voor de economie.

Tegen deze achtergrond, ervaarden geïnterviewden veel morele ambiguïteit ten opzichte van de maatregelen. Dit kan samengevat worden als de bedenking: ‘is het middel erger dan de kwaal?’. Aan de ene kant vertrouwden veel deelnemers het beleid en advies van de overheid en gezondheidsautoriteiten en zagen ze dit ook als gerechtvaardigd. Geïnterviewden die daarentegen bij voorbaat een sceptische kijk hadden op de overheid en gezondheidsautoriteiten, zagen de maatregelen veelal als ongerechtvaardigd en disproportioneel. Zoals reeds gezegd, concludeerde de uiterste kant van dit deel van het spectrum dat burgers gemanipuleerd werden en dat de pandemie gebruikt werd door politici om meer macht en controle te krijgen over de burgers. Sommigen concludeerden zelfs in deze context dat corona door de mens was gemaakt met dit specifieke doel.


Daarnaast namen participanten bepaald gedrag aan en maakten ze bepaalde beslissingen in reactie op de informatiekloof die zij tegenkwamen. Over het algemeen waren deelnemers voorzichtig. Dit uitte zich bijvoorbeeld in de beslissing om dierbaren niet te bezoeken en het afzeggen van bijeenkomsten en feesten. De meesten gaven aan dat zij de regels van de relevante autoriteiten naleefden en respecteerden.

“Opluchting kwam pas toen we ophielden met analyseren en het gewoon loslieten

Sensemaking van COVID-19: stressvol en vermoeiend

Sensemaking is een dynamisch en doorlopend proces, en sensemaking van de COVID-19-pandemie blijkt emotioneel en vermoeiend. Voor velen blijkt het belangrijk te zijn om verlichting en acceptatie te vinden in hun sensemakingprocessen. Hierbij zijn stress en vermoeidheid belangrijke obstakels. De meeste participanten zochten naar bevestiging dat een bepaald idee dat zij aannamen inderdaad correct was, of dat bepaald gedrag inderdaad verantwoordelijk was. Dit gaat vooral op voor vragen rondom onze persoonlijke behoeften: kan ik met deze specifieke voorzorgsmaatregelen mijn ouders bezoeken? Kan ik ze een knuffel geven, ook al verbieden de regels dat? Bij de beantwoording van zulke fundamentele vragen, verkozen veel deelnemers, zoals een vrouw uit Polen het treffend verwoordde, “een emotionele analyse boven een puur rationele analyse”.


Ondanks de verlichting die veel deelnemers zochten, kwamen zij alsnog tot conclusies die de stressvolle, onzekere en complexe aard van de pandemie bevestigden. In reactie daarop gaven veel participanten aan dat zij probeerden de grimmige aard van de situatie te accepteren. Bovendien gaven velen aan dat zij gestopt waren met het volgen van het nieuws over de pandemie of met actief informatie opzoeken, omdat dit te stressvol en vermoeiend was geworden. Om de reeds genoemde Poolse dame te citeren die, ondanks dat ze grote zorgen had over haar zoontje met een medische aandoening, stelde: “opluchting kwam pas toen we ophielden met analyseren en het gewoon loslieten”. Een bevinding die zeer relevant is voor de praktijk van wetenschapscommunicatie.

Intermezzo: De wetenschappelijk adviseur


Lessen voor wetenschapscommunicatie

In de afgelopen decennia is in de wetenschapscommunicatie steeds meer aandacht gekomen voor het belang van dialoog en wederzijds begrip tussen wetenschap en de samenleving. In deze context is het cruciaal dat we dat we het perspectief van burgers – in alle pluriformiteit – goed begrijpen. Om die reden hebben wij – aan de hand van de COVID-19-pandemie – een analyse gemaakt van de diverse, dynamische processen waarmee burgers sense maken van maatschappelijk-wetenschappelijke onderwerpen. We hopen hiermee wetenschapscommunicatoren te inspireren om strategieën te ontwikkelen die rekening houden met deze complexe manieren waarop burgers hun begrip vormen van dergelijke onderwerpen.

Zelden werd gerefereerd aan wetenschapscommunicatie-kanalen als cruciale onderdelen van bruggen

Een belangrijke conclusie van ons onderzoek is dat de persoonlijke situaties, emoties en wereldbeelden een cruciale rol spelen in de sensemakingprocessen over wetenschap. Wanneer we de grotere ‘mainstream’ nieuwskanalen negeren, refereerden participanten eigenlijk maar zelden aan wetenschapscommunicatiekanalen als cruciale onderdelen van hun bruggen. Dat is misschien ook niet vreemd, als we ons beseffen dat nieuwe informatie en inzichten vaak tot nieuwe vragen en onzekerheden leiden en daarmee juist weinig houvast bieden. Dit zijn ontnuchterend inzichten voor de praktijk van wetenschapscommunicatie. Dit betekent dat we in de wetenschapscommunicatie op zoek moeten naar open en reflexieve benaderingen waarbij we recht doen aan verschillende onderliggende gevoelens, wereldbeelden en onzekerheden die aan de basis van de sensemakingprocessen van burgers liggen. Wij pleiten er daarom voor dat wetenschapscommunicatoren de verschillende sensemakingprocessen van hun publiek betrekken en daarbij reflecteren op hun eigen acties en benaderingen om dit publiek te bereiken. Hierdoor kunnen we wellicht meer burgers op een betere manier bereiken en betrekken, en het maatschappelijke debat, dat sowieso gevoerd wordt, bevorderen. Dit kan van extra belang zijn voor online interacties, waar verschillende meningen en wereldbeelden talrijker zijn en explicieter naar voren komen.

Persoonlijke situaties, emoties en wereldbeelden spelen een cruciale rol spelen in de sensemakingprocessen over wetenschap

Het RETHINK-project gelooft dat wetenschap de verantwoordelijkheid heeft om bij te dragen aan een duurzame, inclusieve wereld. Dat kan alleen als we de handen ineenslaan en samen de kloof tussen wetenschap en maatschappij proberen te dichten. Wetenschapscommunicatoren hebben daarin een belangrijke rol te vervullen. RETHINK zal daarom richtlijnen, workshops, experimenten en strategieën ontwikkelen die wetenschapscommunicatoren in staat stellen om openheid en reflexiviteit te bevorderen in de sensemakingprocessen over wetenschap, zowel met betrekking tot de coronacrisis, als in bredere zin. Wil jij hierover meepraten? Heb je verfrissende ideeën, prikkelende vragen, of gewoonweg interesse? Neem dan contact met ons op.


Meer weten? Download hier het uitgebreide rapport, kijk op www.rethinkscicomm.eu,

of bekijk hieronder het webinar 'sensemaking van (mis)informatie in een digitale wereld':



Auteurs: Virgil Rerimassie, Tessa Roedema, Lisa Augustijn, Amelie Schirmer & Frank Kupper

Redactie: Laura Paschedag Illustraties: Enith Vlooswijk Foto’s: ‘Kussend stel’ door Crawford Jolly, ‘Demonstratie’ door Kajetan Sumila



0 comments